Logoklein (Small)

 

PRIKKELBARE DARM SYNDROOM BELANGENVERENIGING

Terugval

Datum: 01-03-2016

Barbara Kwasna

Egel slapendIk heb het weer. Na drie jaar lang in remissie te zijn geweest, een periode dat mijn klachten mild aanwezig waren, zijn ze nu weer toegenomen. Ik heb vooral last van regelmatig terugkerende darmspasmes die tot een gevoel van constant aanwezige buikpijn leiden. Nu heb ik er ook weer een. Ik haal rustig adem tot in mijn buik. Een deel van mijn dikke darm is zo verkrampt, dat het boller maken van mijn buik nog meer pijn veroorzaakt. Rechtop staan kost moeite, lang zitten op een stoel in een comfortabele houding is onmogelijk. Ik besluit om te gaan lopen. Dat helpt even. Over een paar dagen heb ik vakantie, dan wordt het vast beter.

De vakantie begint niet rooskleurig. De kleinste prikkel veroorzaakt krampen. De wispelturigheid van de pijn uit zich in een enorme variatie van zijn karakter, van zeurend naar stekend of stralend, en in de diversiteit van zijn intensiteit. De ene keer is het een zachte pijn die zich golvend langs de darm verplaatst, maar met mijn houding verandert en in sterkte toeneemt. Dan weer zijn het zeer pijnlijke krampen die de tranen uit mijn ogen persen. Alleen de plaats blijft steeds hetzelfde. Meestal zit het links, soms spreidt het uit naar het midden van mijn buik. Omdat ik de hele vakantie in ‘pijntoestand’ heb verkeerd, besluit ik contact op te nemen met mijn huisarts.

De assistente wil nog dezelfde ochtend een afspraak maken. Ik vraag of er in de middag plek vrij is, de ochtenduren zijn tenslotte gereserveerd voor PDS-klachten. Maar er is alleen plek in de ochtend. Ik ga akkoord met de voorgestelde afspraaktijd. Tien minuten moet ik wel kunnen volhouden, moedig ik mijzelf aan. Om lang wachten te voorkomen, ga ik precies op tijd weg. Nadat ik me bij de assistente heb gemeld, moet ik in de wachtkamer plaatsnemen. De wachtkamer nodigt niet uit om te gaan zitten: het is een krappe ruimte zonder ramen, die een opgesloten indruk bij mij oproept. Ik vraag of ik lang moet wachten. Het schijnt niet zo lang te zijn, de patiënt voor mij zit al bij de dokter, dus ik ben zo aan de beurt.

Ik ga zitten. Tien minuten lopen in schildpadtempo voorbij. Om de paar minuten gaat de deur open en dan luister ik hoopvol of mijn naam wordt geroepen. En zo volgen nog twintig minuten. Intussen ga ik lopen, de pijn neemt toe. Medepatiënten vragen: "Is alles in orde?" Goedbedoelde aandacht, maar nu juist belemmerend. Na ruim veertig minuten ben ik eindelijk aan de beurt. Ik loop naar de spreekkamer en presenteer een beeld van mijn klachten. De arts vraag wat ik wil. Ik vertel dat ik een verwijzing naar een MDL-arts wil. Thuisgekomen bel ik het ziekenhuis. Een afspraak kan pas over een maand, ik moet wachten.

Intussen meld ik mij ziek bij mijn werkgever. Hier ondervind ik geen problemen. Het wordt direct duidelijk dat het om langdurig verzuim gaat. Mijn energiepeil is tot ver onder het nulpunt gedaald; ik ben voortdurend moe. De bedrijfsarts neemt het over. Verwachtingsvol ga ik weer de medische molen in. Elk nieuw inzicht helpt mij beter mijn klachten te begrijpen en hanteren.

In mijn hoofd klinken de woorden van een liedje van Cher:
Feeling broken
Barely holding on
But there's just something so strong
Somewhere inside me
I'll be back

 

Terug naar Columns