Logoklein (Small)

 

PRIKKELBARE DARM SYNDROOM BELANGENVERENIGING

Nieuwe Rome-criteria voor diagnose PDS

Geplaatst op 23-10-2016  -  Categorie: Nieuws

De Rome-criteria om PDS te diagnosticeren zijn herzien. In mei 2016 zijn de Rome IV-criteria uitgebracht. Hier volgt een overzicht van de belangrijkste aanpassingen. 

De Rome III-criteria waren:

De diagnose PDS wordt alleen gesteld als er geen structurele of biochemische verklaring voor de symptomen is te vinden. De symptomen moeten in ieder geval al langer dan zes maanden bestaan en moeten drie maanden actief aanwezig zijn geweest. Men moet tenminste twee van de volgende drie symptomen hebben:

  1. De buikpijn wordt minder na toiletbezoek.
  2. Een verandering van de frequentie van de stoelgang: diarree of obstipatie.
  3. De vorm van de stoelgang is veranderd: te hard of te waterig.

Symptomen die de diagnose versterken zijn:

  • Abnormale ontlasting
  • Slijm bij de ontlasting
  • Opgeblazen gevoel/opgezette buik 

De Rome IV-criteria zijn nu:

  • De diagnose PDS wordt alleen gesteld als er geen structurele of biochemische verklaring voor de symptomen is te vinden
  • En de symptomen moeten in ieder geval al langer dan 6 maanden bestaan
  • En de patiënt moet gemiddeld minstens 1 dag per week in de afgelopen 3 maanden buikpijn hebben gehad
  • En de patiënt moet tenminste 2 van de volgende 3 symptomen hebben:
    1. De buikpijn is gerelateerd aan de ontlastingEgel wc
    2. Een verandering van de frequentie van de stoelgang: diarree of obstipatie
    3. De vorm van de stoelgang is veranderd: te hard of te waterig.

Symptomen die de diagnose versterken zijn:

  • Abnormale ontlasting
  • Slijm bij de ontlasting
  • Opgeblazen gevoel/opgezette buik
  • De symptomen worden erger na de maaltijd
  • Brandend maagzuur
  • Hoofdpijn
  • Fibromyalgie
  • Problemen met de blaas
  • Pijn bij het vrijen

Deze symptomen op zichzelf zijn echter geen geschikte manier om de diagnose PDS te stellen en zeker niet alle patiënten hebben er last van.

De wijzigingen

Als eerste is de hoeveelheid pijn aangepast: De symptomen moeten langer dan 6 maanden bestaan en de patiënt moet gemiddeld minstens 1 dag per week in de afgelopen 3 maanden pijn hebben gehad, in combinatie met 2 of meer van de criteria.

Als tweede is weggehaald dat de pijn minder wordt na toiletbezoek. Dit is namelijk niet voor alle patiënten zo. Van het eerste criterium is gemaakt: Gerelateerd aan de ontlasting. Het tweede en derde criterium zijn hetzelfde gebleven.

Als laatste is ook de verdeling van de drie subtypes (PDS-C met voornamelijk constipatie, PDS-D met voornamelijk diarree en PDS-M met een mix van beide) aangepast, omdat PDS-patiënten ook periodes kunnen hebben met een normale stoelgang. Hierdoor vielen veel patiënten onder de norm ‘niet-geclassificeerde PDS’. Nu wordt alleen gekeken naar de dagen waarop de patiënt een afwijkende stoelgang had en welke vorm die dan heeft. Zo kunnen meer patiënten worden geclassificeerd.

Er zijn meer symptomen toegevoegd die de diagnose kunnen versterken, zoals:

  • de symptomen worden erger na de maaltijd
  • brandend maagzuur
  • hoofdpijn
  • fibromyalgie
  • problemen met de blaas
  • pijn bij het vrijen

Deze symptomen op zichzelf zijn echter geen geschikte manier om de diagnose PDS te stellen en zeker niet alle patiënten hebben er last van. 

Welke onderzoeken

De artsen raden aan de volgende onderzoeken te doen bij het vermoeden van PDS:

  • Egel bloedprikkenControleren of er geen alarmsymptomen zijn (darmkanker in de familie, bloed bij de ontlasting of bloedarmoede, gewichtsverlies zonder aanwijsbare oorzaak). In dat geval moet extra onderzoek worden gedaan.
  • Het dieet van de patiënt bekijken. Onder andere melkproducten, tarweproducten, cafeïne, bepaalde soorten groenten en fruit, sappen, frisdrank met koolzuur of zoetstoffen en kauwgum kunnen de symptomen verergeren.
  • Psychosociale beoordeling. Stress, angst en geen goede sociale contacten kunnen de symptomen verergeren.
  • Lichamelijk onderzoek. Er wordt bijvoorbeeld gecontroleerd of de buik normaal aanvoelt en bij bloed in de ontlasting wordt gecontroleerd of er geen aambeien of scheurtjes in de anus zijn.
  • Ontlastingsonderzoek (parasieten, bacteriën) en bloedonderzoek. Bloedarmoede, schildklierproblemen en verhoogde ontstekingswaarden horen namelijk niet bij PDS en moeten verder worden onderzocht. Er kan worden getest op coeliakie. Bij diarree kan worden getest op een verhoogd calprotectineniveau en galzuurmalabsorptie.
  • Een coloscopie hoeft alleen te worden gedaan bij nieuwe patiënten van 50 jaar en ouder en bij patiënten met waarschuwingssignalen. Er kunnen dan ook biopsies van de darm worden genomen.