Logoklein (Small)

 

PRIKKELBARE DARM SYNDROOM BELANGENVERENIGING

Een doorn in het oog

Egel herkeuring101-03-2017

Barbara Kwasna

Prikkels, maart 2017

Deze keer ga ik u vertellen over het re-integratietraject dat ik vorig jaar heb afgerond.

Als iemand die in loondienst werkt, langdurig ziek wordt, komt hij vroeg of laat (in mijn geval zeer vroeg) in contact met de bedrijfsarts of arbodienst. Zij begeleiden u samen met uw werkgever bij uw ziekte en terugkeer naar het werk. U bent verplicht alles te doen om weer aan het werk te kunnen en het liefst zo snel mogelijk. Dit verplichtende karakter vloeit voort uit de Wet verbetering Poortwachter en is de boventoon van het hele traject. Binnen zes weken na de ziekmelding moet de arbodienst of bedrijfsarts een probleemanalyse maken. Hierin staat waarom de werknemer niet meer kan werken, wat zijn mogelijkheden tot herstel zijn en wanneer hij het werk weer denkt te kunnen hervatten. Binnen acht weken na de ziekmelding stelt de werkgever in overleg met de werknemer een plan van aanpak op. In dit plan staat beschreven wat beiden gaan doen om de werknemer weer aan het werk te krijgen. Iedere zes weken moet de werkgever vervolgens de voortgang met de werknemer bespreken.

Ik ben al in de tweede week van mijn ziekte door de bedrijfsarts gezien. Hij vond dat ik direct voor een deel mijn werk kon hervatten en in stappen van steeds zes weken mijn uren en taken weer kon opbouwen. Het was de bedoeling dat ik binnen vier maanden weer volledig in mijn eigen functie zou terugkeren.

Die stappen van zes weken werkten in het begin goed. Maar naarmate alles meer werd - mijn werkuren, taken, medische behandelingen (ik volgde toen hypnotherapie) – werd mij alles langzaam te veel. Soms bleek het in de praktijk ook niet mogelijk te zijn een volgende stap implementeren, omdat er bijvoorbeeld op de werkvloer geen behoefte aan die stap was. Dit leidde tot extra afspraken bij de bedrijfsarts. De wet eist een actieve rol van de werknemer. Ik moest mij verantwoorden als iets even anders liep, ik moest zelf iedereen van mijn situatie op de hoogte houden, ik moest ook wel eens onderhandelen over mijn situatie.  Dit alles deed een beroep op mijn tijd, aandacht en energie. Drie dingen die toen zeer schaars waren. Mijn medische herstel liep niet goed. Op een gegeven moment werd mijn re-integratietraject mij een doorn in het oog.

Hoe kan re-integratie alleen met data georganiseerd worden? Ziekte kent geen deadlines, men kan het lichaam geen exacte termijnen opleggen. Het uitgangspunt voor volgende stappen zou medische vooruitgang moeten zijn. Waarom krijgt de bedrijfsarts de centrale rol in mijn terugkeer? Hij heeft geen toegang tot mijn medische dossier en heeft ook geen invloed op mijn medische herstel. Hoe actief moet je je als zieke medewerker eigenlijk opstellen tegenover je werkgever om niet te horen dat je een te passieve houding hebt?

Na zeven maanden werd ik beter gemeld. En toen kon ik pas verder met mijn herstel. Rust en ontspanning hielpen goed. Een half jaar later was ik terug op mijn oude gezondheidsniveau. Ik kijk terug naar het re-integratietraject met het gevoel dat ik het in mijn kwetsbare positie niet alleen tegen de ziekte, maar ook tegen de machtige wet moest opnemen. Een onmogelijke opdracht.